Rapporten en overgangsnormen

Er zijn twee tussentijdse rapporten en één aan het einde van het schooljaar. Deze drie rapporten zijn ‘cijferrapporten’, die worden besproken in de vergadering van leraren van de klas. Aan de hand van het eindrapport beslist de vergadering van leraren over de bevordering.

Naast de rapporten kunt u met uw inlogcode te allen tijde ook via de website ‘Magister’ de resultaten inzien. Daar vindt u ook informatie over absentie en andere lesgerelateerde zaken.

Rapportvergadering

In een rapportvergadering worden de resultaten van een leerling besproken door de docenten die lesgeven aan de leerling, de betreffende teamcoach/leerjaarcoördinator en de adjunct-directeur. De normen waaraan de leerling moet voldoen om toegelaten te worden tot een volgend leerjaar staan in de schoolgids vermeld.

Bevordering

Gezien de uitzonderlijke situatie waarin we ons nu door het coronavirus bevinden, hebben we ervoor gekozen eenmalig het bevorderingsbeleid aan te passen in de vorm van een coulance-regeling voor het schooljaar 2019-2020.

Aangepaste bevorderingsregeling

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Onderstaande normen waren van toepassing voor de Coronacrisis.

Bevorderingsnormen

Bij de beslissing of een leerling wordt bevorderd, speelt het aantal verliespunten een belangrijke rol. Het rapportcijfer 5 telt voor één verliespunt, het rapportcijfer 4 voor twee verliespunten en het rapportcijfer 3 voor drie verliespunten. Op het eindrapport worden geen cijfers toegekend lager dan 3. De cijfers op het eindrapport zijn afgerond op gehele getallen. Samen vormen ze het totaal waarvan het gemiddelde berekend wordt. Bij het eerste en tweede rapport zijn de cijfers afgerond op één decimaal.

De bevorderingsnormen zijn afgeleid van de slaag/zakregeling zoals die voor de betreffende afdeling geldt.

Het is niet toegestaan om in de brugklas te doubleren. Tevens is het niet toegestaan tweemaal in hetzelfde leerjaar of in twee opeenvolgende jaren op een afdeling te doubleren. Voor beide situaties geldt dat hiervan kan worden afgeweken bij uitzonderlijke omstandigheden. In dit geval kan de adjunct-directeur na de docentenvergadering gehoord hebbende in afwijking van deze regeling besluiten tot doubleren.

Van klas 1 naar klas 2
Havo/vwo

Een leerling wordt bevorderd naar het 2e leerjaar als:

  • Er ten hoogste 2 verliespunten zijn, waarvan slechts één verliespunt bij de kernvakken Nederlands, Engels en wiskunde;
  • Er geen cijfer 3 op het rapport voorkomt.
  • Bij 5 of meer verliespunten is de leerling afgewezen. In alle overige gevallen heeft de leerling een bespreekrapport.
  • Bij de determinatie van de leerlingen gelden de vol­gende regels:
    - gemiddelde is lager dan 7,2  ->      plaatsing in havo 2
    - gemiddelde is 7,2 tot 7,5       ->       beslissing rapportvergadering
    -  gemiddelde is 7,5 of hoger    ->       plaatsing in atheneum ­2

Om van het eerste leerjaar van havo/vwo naar 2 gymnasium­ bevorderd te kunnen worden, gelden aanvullende eisen. Dat zijn achtereenvolgens:

  • Het rapportcijfer voor het vak wiskunde is op het derde rapport afgerond een 7 of hoger;
  • Het rapportcijfer voor het vak Frans op het derde rapport is afgerond een 7 of hoger;
  • De leerling volgt de lessen Latijn en behaalt voor de afsluitende toets hiervan een 6,5 of hoger.

Om van het eerste leerjaar van atheneum/gymnasium naar 2 gymnasium­ bevorderd te kunnen worden, gelden aanvullende eisen. Dat zijn achtereenvolgens:

  • Het rapportcijfer voor de vakken Frans en Latijn op het derde rapport is afgerond een 7 of hoger.
TTO

Van een TTO-leerling wordt een bepaalde inzet verwacht (commitment). Dit wordt uitgedrukt in een oordeel (onvoldoende, voldoende of goed). Een leerling mag zijn schoolloopbaan alleen op het TTO vervolgen indien hij of zij niet meer dan één onvoldoende voor commitment heeft op het eindrapport voor de vakken die in het Engels worden gegeven en voor het vak Frans.

Atheneum/gymnasium

Een leerling wordt bevorderd naar het 2e leerjaar als:

  • Er ten hoogste 2 verliespunten zijn, waarvan slechts één bij de kernvakken Nederlands, Engels en wiskunde;
  • Er geen cijfer 3 op het rapport voorkomt.

Bij 5 of meer verliespunten is de leerling afgewezen. Tevens kan er een verwijzing naar een lager niveau volgen. In alle overige gevallen heeft de leerling een bespreekrapport.

Om van het eerste leerjaar van atheneum/gymnasium naar 2 gymnasium­ bevorderd te kun­nen worden, gelden aanvullende eisen:

  • Het rapportcijfer voor de vakken Frans en Latijn op het derde rapport is afgerond een 7 of hoger.
TTO

Van een TTO-­leerling wordt een bepaalde inzet verwacht (commitment). Dit wordt uitgedrukt in een oordeel (onvoldoende, voldoende of goed). Een leerling mag zijn schoolloopbaan alleen op het TTO vervolgen indien hij of zij niet meer dan één onvoldoende voor commitment heeft op het eindrapport voor de vakken die in het Engels worden gegeven en voor het vak Frans.

Van klas 2 naar klas 3
Havo

Een leerling wordt bevorderd naar het 3e leerjaar als:

  • Er ten hoogste 2 verliespunten zijn, waarvan maximaal één verliespunt bij de kernvakken Nederlands, Engels en wiskunde;
  • Er geen cijfer 3 op het rapport voorkomt. Bij de determinatie van de leerlingen gelden de vol­gende regels:
  • Een leerling wordt afgewezen bij 5 of meer verliespunten op het rapport. In alle overige gevallen heeft de leerling een bespreekrapport.
  • Gemiddelde is lager dan 7,2 ->        plaatsing in 3 havo;
  • Gemiddelde is 7,2 tot 7,5      ->        beslissing rapportvergadering;
  • Gemiddelde is 7,5 of hoger   ->        plaatsing in 3 atheneum.
TTO

Een leerling mag zijn schoolloopbaan alleen op het TTO vervolgen, indien hij niet meer dan één onvoldoende voor commitment heeft op het eindrapport voor de vakken die in het Engels worden gegeven en voor de vakken Frans en Duits.

Vwo

Een leerling wordt bevorderd naar het 3e leerjaar als:

  • Er ten hoogste 2 verliespunten zijn, waarvan maximaal één verliespunt bij de kernvakken Nederlands, Engels en wiskunde;
  • Er geen cijfer 3 op het rapport voorkomt.

Bij 5 of meer verliespunten wordt de leerling afgewezen. In alle overige gevallen heeft de leerling een bespreekrapport.

TTO

Een leerling mag zijn schoolloopbaan alleen op het TTO vervolgen, indien  hij of zij niet meer dan één onvoldoende voor commitment heeft op het eindrapport voor de vakken die in het Engels worden gegeven en voor de vakken Frans en Duits.

Van klas 3 naar klas 4
Havo en vwo

Een leerling wordt bevorderd naar  het 4e leerjaar als:

  • Er ten hoogste 3 verliespunten voorkomen in maximaal twee vakken, waarvan maximaal één verliespunt bij de kernvakken Nederlands, Engels en wiskunde;
  • Er geen cijfer 3 op het rapport voorkomt.

Een leerling heeft een bespreekrapport indien op het eindrapport ten hoogste 4 verliespunten voorkomen in maximaal drie vakken. In alle andere gevallen is een leerling niet bevorderd.

CAE/Pre-IB in klas 4

De definitieve keuze wordt gemaakt, nadat de resultaten van het Checkpoint Examen klas 3 bekend zijn. Het behalen van het B2 niveau is voorwaarde om in klas 4 vwo deel te kunnen nemen aan het programma (CAE/pre-IB). Het behalen van het B1 niveau is voorwaarde om in klas 4 havo deel te kunnen nemen aan het programma (CAE/pre-IB).

Het volgen van een extra vak: zie informatie ‘Extra vak’.

Van klas 4 naar klas 5
Havo

Een leerling wordt bevorderd naar 5 havo als:

  • Er ten hoogste 3 verliespunten in maximaal twee vakken voorkomen, waarvan maximaal één verliespunt bij de kernvakken Nederlands, Engels en wiskunde;
  • Er geen cijfer 3 op het rapport voorkomt;
  • Het rapportcijfer van het vak LO 6 of hoger is.

Een leerling heeft een bespreekrapport indien op het eindrapport ten hoogste 4 verliespunten voorkomen bij maximaal drie vakken. In alle andere gevallen is een leerling niet bevorderd.

Een leerling die doubleert in 4 havo,­ kan vrijstelling krijgen voor de vakken levensbeschou­wing, CKV en maatschappijleer, mits deze vakken met het cijfer 7 of hoger zijn afgesloten.

CAE/IB in klas havo 5

Een leerling kan CAE/IB in klas havo 5 volgen als de leerling een positief advies van de CAE/IB docent(en) en van de IB coördinator krijgt. Leerlingen die in leerjaar 4 het CAE certificaat nog niet behaald hebben, moeten dit in leerjaar 5 alsnog doen.

Het volgen van een extra vak: zie informatie ‘Extra vak’.

Vwo

Een leerling wordt bevorderd naar 5 vwo als:

  • Er ten hoogste 3 verliespunten bij maximaal twee vakken voorkomen, waarvan maximaal één verliespunt bij de kernvakken Nederlands, Engels en wiskunde;
  • Er geen cijfer 3 op het rapport voorkomt.
  • Het rapportcijfer van het vak LO een 6 of hoger is.

Een leerling heeft een bespreekrapport indien op het eindrapport ten hoogste 4 verliespunten voorkomen bij maximaal drie vakken. In alle andere gevallen is een leerling niet bevorderd.

Een leerling die doubleert in 4 vwo­ kan vrijstelling krijgen voor het vak CKV (betreft alleen atheneum) en maatschappijleer, mits deze vakken met het cijfer 7 of hoger zijn afgesloten. Een leerling die de schoolloopbaan vervolgt in 4 havo krijgt vrijstellingen voor CKV (betreft alleen atheneum) en maatschappijleer, mits deze vakken in 4 vwo met een voldoende rapportcijfer zijn afgesloten.

IB in klas 5 (en 6)

Een leerling kan IB in klas 5 volgen als de leerling het CAE certificaat in klas 4 behaalt, een positief advies van de CAE docenten en een positief advies van de IB coördinator krijgt. In het geval een leerling een herkansing maakt voor het CAE certificaat kan de definitieve beslissing of IB gevolgd mag worden, na aanvang van leerjaar 5 genomen worden.

Het volgen van een extra vak: zie informatie ‘Extra vak’.

Van klas 5 naar klas 6
Vwo

Een leerling wordt bevorderd naar 6 vwo indien op het eindrapport:

  • Ten hoogste 3 verliespunten voorkomen bij maximaal twee vakken, waarvan maximaal één verliespunt bij de kernvakken Nederlands, Engels en wiskunde;
  • Er geen cijfer 3 op het rapport voorkomt;
  • Het rapportcijfer voor het vak LO een 6 of hoger is.

Een leerling heeft een bespreekrapport indien op het eindrapport ten hoogste 4 verliespunten bij maximaal drie vakken voorkomen en verder wordt voldaan aan alle andere bovenstaande voorwaarden. In alle andere gevallen is een leerling niet bevorderd.

Een leerling die doubleert in 5 vwo kan vrijstelling krijgen voor het vak Levensbeschouwing mits dit vak met het cijfer 7 of hoger is afgesloten.

Het volgen van een extra vak: zie informatie ‘Extra vak’.

­

Slaag-zak regeling
Havo

De eindcijfers worden uitgedrukt in een heel cijfer. Het cijfer van alle vakken wordt bepaald op het rekenkundig gemiddelde van het schoolexamencijfer en het cijfer voor het centraal examen. Is dit gemiddelde niet een geheel cijfer, dan wordt het, indien de cijfers achter de komma 49 zijn of minder naar beneden afgerond en indien de cijfers 50 of meer zijn naar boven.

Geslaagd is de kandidaat die:
A1:      een gemiddelde van bij het centraal examen behaalde cijfers van tenminste 5,5 heeft behaald;
A2:      maximaal één 5 heeft gehaald in de vakken Nederlands, Engels en wiskunde (A, B);
A3:      geen enkel cijfer mag afgerond lager zijn dan een 4;
A4:      voor lichamelijke opvoeding is ten minste de beoordeling "voldoende" behaald.

Én m.b.t. de eindcijfers (= gemiddelde van SE en CE, op hele afgerond):

B1:       alle eindcijfers zijn een 6 of hoger, of
B2:      één 5 en voor de overige vakken een 6 of hoger heeft behaald, of
B3:      één 4 en voor zijn overige vakken een 6 of hoger heeft behaald, waarbij het gemiddelde van de eindcijfers
onafgerond tenminste 6,0 is, of
B4:      twee vijven behaald heeft en voor zijn overige vakken een 6 of hoger, waarbij het gemiddelde van de eindcijfers
onafgerond tenminste 6,0 is, of
B5:      één 5 en één 4 behaald heeft en voor zijn overige vakken een 6 of hoger, waarbij het gemiddelde van de eindcijfers
onafgerond tenminste 6,0 is.

Vwo

De eindcijfers worden uitgedrukt in een heel cijfer. Het cijfer van alle vakken wordt bepaald op het rekenkundig gemiddelde van het schoolexamencijfer en het cijfer voor het centraal examen. Is dit gemiddelde niet een geheel cijfer, dan wordt het, indien de cijfers achter de komma 49 zijn of minder naar beneden afgerond en indien de cijfers 50 of meer zijn naar boven.

Geslaagd is de kandidaat die:
A1:      culturele en kunstzinnige vorming (CKV) en lichamelijke opvoeding met een “voldoende” of “goed” heeft afgesloten;
A2:      een gemiddelde van bij het centraal examen behaalde cijfers van tenminste 5,5 heeft behaald;
A3:      maximaal één 5 heeft gehaald in de vakken Nederlands, Engels, wiskunde (A, B of C);
A4:      geen enkel cijfer is afgerond lager dan een 4.

Én m.b.t. de eindcijfers (= gemiddelde van SE en CE, op hele afgerond):

B1:      voor alle vakken, een eindcijfer 6 of hoger heeft behaald, of
B2:      één 5 als eindcijfer en voor de overige vakken een eindcijfer 6 of hoger heeft behaald, of
B3:      één 4 als eindcijfer en voor zijn overige vakken een eindcijfer 6 of hoger heeft behaald, waarbij het gemiddelde van
de eindcijfers onafgerond tenminste 6,0 is, of
B4:      twee vijven als eindcijfer behaald heeft en voor zijn overige vakken een eindcijfer 6 of hoger, waarbij het gemiddelde
van de eindcijfers onafgerond tenminste 6,0 is, of
B5:      één eindcijfer 5 en één eindcijfer 4 behaald heeft en voor zijn overige vakken een eindcijfer 6 of hoger, waarbij het
gemiddelde van de eindcijfers onafgerond tenminste 6,0 is.

Cum laude regeling

Havo
Voor havo moet het onafgeronde gemiddelde van de grote vakken in het gemeenschappelijk deel, het profieldeel en het hoogste cijfer in het vrije deel minimaal 8,0 zijn. Geen eindcijfer mag lager zijn dan een 6. Voor deze bepaling worden eventuele extra vakken buiten beschouwing gelaten. Een 5 voor een extra vak vormt geen probleem voor cum laude. Het combinatiecijfer mag niet lager zijn dan 6, maar de samenstellende onderdelen mogen wel lager zijn dan 6.

Vwo
Een leerling is bevorderd met toekenning van het judicium cum laude als ten minste het onafgeronde gemiddelde eindcijfer 8,0 is, berekend op basis van de afgeronde eindcijfers en er geen eindcijfer lager dan 7 is. Voor deze bepaling worden eventuele extra vakken buiten beschouwing gelaten. Een 6 voor een extra vak vormt geen probleem voor cum laude. Het combinatiecijfer mag niet lager zijn dan 7, maar hier geldt dat het cijfer voor de samenstellende onderdelen wel lager mag zijn dan 7.