Informatievoorziening aan ouder(s)/verzorger(s)

De school heeft een informatieplicht aan de ouder die met het gezag bekleed is, alsmede aan de ouder die niet met het gezag bekleed is.
Er is onderscheid te maken tussen ouders die met het gezag bekleed zijn en ouders die niet met het gezag bekleed zijn. Ouders die met het gezag bekleed zijn, hebben recht op alle informatie over hun kind, ook al zijn ze gescheiden. Daarin wordt geen onderscheid gemaakt. Ouders die niet met het gezag bekleed zijn hebben ook recht op informatie over hun kind, maar op grond van artikel 1:377c BW is dit recht beperkt.

De regeling is als volgt samen te vatten:
  1. Wanneer ouders met elkaar getrouwd zijn of samenwonen en gezamenlijk het gezag hebben over hun kinderen, krijgen zij alle informatie over hun kind toegestuurd op het woonadres van het kind.
  2. Wanneer ouders gescheiden zijn en niet (of wel) bij elkaar wonen en beiden het gezag hebben, kunnen zij na een gericht verzoek beiden informatie over hun kind krijgen. De informatie wordt in principe naar het woonadres van het kind gestuurd. Indien ouders hierover een geschil hebben dan kunnen ze naar de rechter.
  3. Wanneer een ouder of beide ouders geen gezag (meer) heeft/hebben over hun kind, hebben zij ook recht op informatie over hun kind. De ouder moet daarover zelf een concreet verzoek indienen; de ouder in kwestie kan niet volstaan met een algemeen verzoek om in de toekomst altijd belangrijke informatie te krijgen. Op grond van artikel 1:377c BW is dit recht beperkt. Het betreft alleen belangrijke feiten en omstandigheden, dus informatie over schoolvorderingen en eventueel sociaal-pedagogische­ ontwikkelingen op school. Indien het belang van het kind zich tegen informatieverstrekking verzet, dan hebben de ouders geen recht op informatie. Dit kan het geval zijn, indien een rechter of psycholoog heeft geoordeeld dat het geven van informatie aan een ouder het kind zal schaden.
  4. Als het gaat om de vader moet deze bovendien het kind hebben erkend, anders heeft hij helemaal geen recht op informatie.
  5. Indien een leerling de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt, moet hij aangeven of hij de ouders met inachtneming van de bovenstaande leden machtigt.