Olympiaklas

Olympiaklas

Leerlingen met een gemengd advies m/h kunnen plaatsnemen in de Olympiaklas, mits de toelatingscommissie positief adviseert. De Olympiaklas staat voor kwalitatief goed onderwijs op havo niveau. Kwalitatief goed onderwijs vereist van alle medewerkers een grote betrokkenheid naar elkaar, de leerlingen en hun omgeving. Dit uit zich in een groot verantwoordelijkheidsgevoel en een uitgebreid pedagogisch en didactisch handelingsrepertoire. Hierbij combineren wij de pedagogische aanpak van de Walewyc-mavo met de didactische aanpak van het Dr. Mollercollege.

Door een intensieve samenwerking proberen beide scholen de leerlingen zo snel mogelijk te begeleiden naar het voor hen meest passende diploma.

Via de Olympiaklas krijgen leerlingen met een mavo-havo advies de kans om in 5 jaar een havodiploma of in 4 jaar een mavodiploma te halen. Dit doel bereiken we alleen als iedereen zich veilig en vertrouwd voelt en kan zijn wie hij is. Daarom gaan we respect-, gewetensvol en oprecht met elkaar om. Oftewel we gaan uit van een positieve benadering.

Ouderbijdrage 2019-2020

Ouderbijdrage 2019-2020

Het overzicht van de ouderbijdrage 2019-2020 vindt u hier.

Kwaliteitszorg

Kwaliteitszorg, -ontwikkeling, -cultuur en -borging

Onze leerlingen hebben recht op goed onderwijs. De kwaliteit daarvan mag geen toeval zijn. Daarom hebben we een stelsel van kwaliteitszorg ingebed in onze organisatie en gaan we proactief en planmatig te werk bij het realiseren, evalueren/meten en verbeteren van de kwaliteit van ons onderwijs en onze organisatie. Ons kwaliteitssysteem en is zowel ondersteunend als  signalerend. Zo borgen wij de kwaliteit met betrekking tot de ambities en doelen uit ons schoolplan waarvan in dit verband de belangrijkste is dat onze leerlingen zo veel mogelijk zonder onderbrekingen de voor hen passende VO-opleiding doorlopen.

Met ons kwaliteitszorgsysteem  bewaken we dat onze leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen en dat het onderwijs wordt afgestemd op de voortgang in de ontwikkeling van onze leerlingen. In het kader van opbrengstgericht werken  stellen we zo nodig vast of, en zo ja welke, maatregelen nodig zijn ter verbetering.

We leggen verantwoording af over de kwaliteit aan alle interne en externe belanghebbenden. De resultaten maken we zichtbaar in Scholen op de Kaart en bespreken we frequent met ons bestuur, de medezeggenschapsraad (waarin ouders/leerlingen en personeel zijn vertegenwoordigd) en de raad van advies. Ook bespreken we de opbrengsten en andere aspecten van ons onderwijs en onze organisatie in ouderraad, leerlingenraad en in andere samenstellingen, zoals klankbord- en focusgroepen.

Ons stelsel van kwaliteitszorg is structureel ingebed in onze organisatie. Op scholengroepniveau hebben we een beleidsmedewerker kwaliteitsontwikkeling. Deze ondersteunt de medewerkers die zich op de locaties bezighouden met kwaliteit, met overzichten van de opbrengsten en met benchmarks en analyses en zo nodig met suggesties ter verbetering.  De kwaliteitswerkzaamheden hebben we opgenomen in onze kwaliteitskalender. Hiermee zorgen we ervoor dat de acties tijdig, systematisch en structureel door de daartoe aangewezen mensen worden uitgevoerd.

Kwaliteitszorg betekent bij ons o.a. dat we:

  • deelnemen aan het OMO-netwerk kwaliteit;
  • alle indicatoren met behulp van MMP (managementinformatiesysteem) en schooleigen “tools” (zoals rendementsposters) nauwlettend in de gaten gehouden om op deze manier in control te blijven en risico’s tijdig te signaleren;
  • periodiek tevredenheidsonderzoeken houden onder medewerkers, leerlingen en ouders;
  • zelfevaluaties uitvoeren en analyseren;
  • lesvisitaties uitvoeren met andere scholen van OMO en nabespreken;
  • de resultaten bespreken in de afdelingen, de teams, secties en individueel met docenten, wat leidt tot een groter bewustzijn van deze ontwikkelingen bij betrokkenen, die daarop actie kunnen nemen;
  • lesevaluaties door leerlingen laten uitvoeren en deze nabespreken in de functioneringsgesprekken.

Dit dekkend systeem van onderzoeken leidt waar nodig tot een plan van aanpak met verbeteracties. De scholen van onze scholengroep nemen deze acties op in hun jaarplanning.

Anno 1-8-2019 hebben al onze scholen het vertrouwen van de inspectie.

Informatievoorziening aan ouders

Informatievoorziening aan ouder(s)/verzorger(s)

De school heeft een informatieplicht aan de ouder die met het gezag bekleed is, alsmede aan de ouder die niet met het gezag bekleed is.
Er is onderscheid te maken tussen ouders die met het gezag bekleed zijn en ouders die niet met het gezag bekleed zijn. Ouders die met het gezag bekleed zijn, hebben recht op alle informatie over hun kind, ook al zijn ze gescheiden. Daarin wordt geen onderscheid gemaakt. Ouders die niet met het gezag bekleed zijn hebben ook recht op informatie over hun kind, maar op grond van artikel 1:377c BW is dit recht beperkt.

De regeling is als volgt samen te vatten:
  1. Wanneer ouders met elkaar getrouwd zijn of samenwonen en gezamenlijk het gezag hebben over hun kinderen, krijgen zij alle informatie over hun kind toegestuurd op het woonadres van het kind.
  2. Wanneer ouders gescheiden zijn en niet (of wel) bij elkaar wonen en beiden het gezag hebben, kunnen zij na een gericht verzoek beiden informatie over hun kind krijgen. De informatie wordt in principe naar het woonadres van het kind gestuurd. Indien ouders hierover een geschil hebben dan kunnen ze naar de rechter.
  3. Wanneer een ouder of beide ouders geen gezag (meer) heeft/hebben over hun kind, hebben zij ook recht op informatie over hun kind. De ouder moet daarover zelf een concreet verzoek indienen; de ouder in kwestie kan niet volstaan met een algemeen verzoek om in de toekomst altijd belangrijke informatie te krijgen. Op grond van artikel 1:377c BW is dit recht beperkt. Het betreft alleen belangrijke feiten en omstandigheden, dus informatie over schoolvorderingen en eventueel sociaal-pedagogische­ ontwikkelingen op school. Indien het belang van het kind zich tegen informatieverstrekking verzet, dan hebben de ouders geen recht op informatie. Dit kan het geval zijn, indien een rechter of psycholoog heeft geoordeeld dat het geven van informatie aan een ouder het kind zal schaden.
  4. Als het gaat om de vader moet deze bovendien het kind hebben erkend, anders heeft hij helemaal geen recht op informatie.
  5. Indien een leerling de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt, moet hij aangeven of hij de ouders met inachtneming van de bovenstaande leden machtigt.

Missie en visie OMO Scholengroep De Langstraat

Visie, missie en ambities van onze Scholengroep

Onze scholengroep maakt deel uit van OMO (Vereniging Ons Middelbaar Onderwijs). De vereniging heeft haar ambities beschreven in Koers 2023. Voor de scholengroep is dit document het kompas. Onze scholen hebben hiernaast hun eigen identiteit en hun eigen gezicht, maar samen hebben we één doel: goed en inspirerend onderwijs en zorgzame begeleiding. Iedere leerling verdient goed onderwijs. Onderwijs dat uitdaagt het beste uit ieder kind te halen en onderwijs dat zowel bij de tijd is als voorbereidt op de toekomst. Onze inspanningen zijn er daarbij op gericht onze scholen aantrekkelijk en uitdagend te houden voor onze doelgroep: de leerlingen van 12-18 jaar uit onze regio en deze groep daarmee een succesvolle en ook plezierige schoolcarrière te bieden.

Vanuit onze visie, missie en identiteit maakt OMO Scholengroep De Langstraat er met zijn scholen gemotiveerd werk van om dat onderwijs te bieden aan de leerlingen die ons zijn toevertrouwd. Het is ons doel om al onze leerlingen op te leiden tot zelfstandige en verantwoordelijke wereldburgers, die op hun manier een bijdrage kunnen leveren aan de samenleving van vandaag én van de toekomst.

Daarvoor onderscheiden we in ons schoolbeleid vijf kernelementen:

·         Goed, aantrekkelijk, uitdagend en toekomstgericht onderwijs;

·         Ondersteuning in dienst van de onderwijsdoelen;

·         Respectvol samenleven en samenwerken;

·         Méér dan onderwijs: ontwikkeling van hoofd, hart en hand;

·         Werken en leren vanuit een open katholieke identiteit.

Visie op leren en doelen

In onze onderwijsvisie staat het onderwijsproces van de leerlingen en hun vermogen om te leren leren centraal. Samen met onze leerlingen streven wij ernaar dat zij van school gaan met een diploma passend bij hun niveau. Daar hoort voor ons ook bij dat zij leren zelf verantwoordelijk te worden voor en sturing te geven aan het eigen leerproces en dat zij leren keuzes te maken.

De scholengroep stelt zich daarbij de volgende doelen:

·         Verzorgen van kwalitatief hoogstaand onderwijs (mede met behulp van ict);

·         Optimaliseren van de kansen op een geslaagde schoolcarrière;

·         Ontplooien van de talenten van de leerlingen;

·         Bevorderen van het welzijn van de leerlingen;

Het Dr. Mollercollege heeft een nadere invulling van de doelen. Deze kunt u vinden in ons schoolplan.

Het vijfde leerjaar

Het vijfde leerjaar

Havo

In de vijfde klas volgen de leerlingen les in de vakken van:

  1. Het gemeenschappelijk deel: Nederlands, Engels en lichamelijke opvoeding (Soloproject);
  2. Het profiel dat gekozen is. De profielen zijn: ‘cultuur en maatschappij’ (CM), ‘economie en maatschappij’ (EM), ‘natuur en gezondheid’ (NG) en ‘natuur en techniek’ (NT);
  3. Het vrije deel: een of meer vakken uit de andere profielen of keuzevakken.

Tot het vrije deel behoort ook het profielwerkstuk dat onder begeleiding van een vakdocent gemaakt dient te worden.

Uit praktische overwegingen wordt aan de leerlingen van 5 havo het vak lichamelijke opvoeding in een dubbel of blokuur aangeboden tot 1 februari in plaats van één wekelijks lesuur tot het einde van het jaar.

Het vijfde leerjaar van het havo is het afsluitend jaar van dit schooltype. Het eindexamen speelt in dit leerjaar daarom een belangrijke rol.

Het examen bestaat uit twee gedeelten:
a. het schoolexamen waarvoor ook al toetsen en opdrachten zijn gemaakt in de vierde klas;
b. het centraal examen. Hiervoor is het werk landelijk hetzelfde.

De leerling moet aan de voorschriften van het schoolexamen voldaan hebben om aan het centraal examen te kunnen deelnemen.

De verschillende onderdelen van het schoolexamen en de voorwaarden waaraan dit moet voldoen, worden aan het begin van het schooljaar op de website gepubliceerd in het zogenaamde programma voor toetsing en afsluiting (PTA).

In de examenklas ontvangen de leerlingen en de ouders alleen nog een rapportage van de schoolexamenresultaten. Daarin worden tot de afsluiting van het schoolexamen alle resultaten verzameld die meetellen in het schoolexamen.

Voortzetting van de opleiding op het Dr. Mollercollege

Voor de leerlingen die het diploma havo behaald hebben, bestaat de mogelijkheid de opleiding voort te zetten op het atheneum. De leerling die interesse heeft voor deze overstap maakt dit in eerste instantie kenbaar bij de decaan. De mogelijkheden en aansluiting bij de vwo-afdeling worden bekeken. De adjunct-directeur stelt een eindavdies van de havo-afdeling op. Hiervoor wordt informatie bij de verschillende vakdocenten opgehaald. Deze informatie is op basis van: cijfers, capaciteiten/inzet, werkhouding in de les, huiswerkattitude en geschiktheid voor vwo 5. Deze informatie en het eindadvies worden doorgegeven aan de adjunct-directeur van de afdeling vwo en de teamcoach bovenbouw. Zij bekijken de aanvragen en hebben een (motivatie)gesprek met de leerling. Vervolgens neemt de toelatingscommissie van het vwo een besluit over de toelating.

VWO

In de vijfde klas volgen de leerlingen les in de vakken van:

  1. Het gemeenschappelijk deel: Nederlands, Engels en lichamelijke opvoeding;
  2. Het profiel dat gekozen is. De profielen zijn: ‘cultuur en maatschappij’ (CM), ‘economie en maatschappij’ (EM), ‘natuur en gezondheid’ (NG) en ‘natuur en techniek’ (NT);
  3. Het vrije deel: een of meer vakken uit de andere profielen of keuzevakken. In dit deel volgen alle leerlingen ook het vak levensbeschouwing.

Leerlingen van het gymnasium volgen les in de klassieke talen Latijn of Grieks.

Met de voortgangstoetsen wordt vastgesteld of de leerlingen op het niveau kunnen presteren dat op dat moment van hen gevraagd wordt. Op basis van de cijfers wordt ook de overgang naar 6 vwo bepaald.

In het examendossier worden alle resultaten van de schoolexamens, praktische opdrachten en het profielwerkstuk verzameld.

De leerling moet in de eindexamenklas aan de voorschriften van dit schoolexamen voldaan hebben om aan het centraal examen (CE) te kunnen deelnemen.
De voorschriften worden aan het begin van het schooljaar op de website gepubliceerd in het zogenaamde programma voor toetsing en afsluiting (PTA).

Het vierde leerjaar

Het vierde leerjaar

Havo

In de vierde klas volgen de leerlingen les in de vakken van:

  1. het gemeenschappelijk deel:
    Nederlands, Engels, culturele en kunstzinnige vorming, levens­beschouwing, maatschappijleer en lichamelijke opvoeding.
  2. het profiel dat gekozen is.
    De profielen zijn: ‘cultuur en maatschappij’ (CM), ‘economie en maatschappij’ (EM), ‘natuur en gezondheid’ (NG) en ‘natuur en techniek’ (NT).
  3. het vrije deel: een of meer vakken uit de andere profielen of keuzevakken.
    Oriëntatie op stu­die en beroep behoort ook tot dit vrije deel, maar is geen vak apart.
    Het is deels opgenomen in de mentorbegeleidingsuren en wordt verder door elke individuele leerling zelf ingevuld.
    In de vierde klas moeten de leerlingen al opdrachten en toetsen maken voor het schoolexamen (SE).
    Dit geldt voor de vakken die alleen in 4 havo gegeven worden. CKV, maatschappijleer en levensbeschouwing worden in 4 havo al geheel afgesloten.

De leerling moet uiteindelijk in de eindexamenklas aan de voorschriften van dit examen vol­daan hebben om aan het centraal examen (CE) te kunnen deelnemen.

De verschillende onderdelen van het schoolexamen en de voorwaarden waaraan het moet voldoen, worden aan het begin van het schooljaar op de website gepubliceerd in het zogenaamde programma van toetsing en afsluiting (PTA).

Vwo

In de vierde klas volgen de leerlingen les in de vakken van:

  1. het gemeenschappelijk deel:
    Nederlands, Engels, culturele en kunstzinnige vorming (CKV, betreft alleen atheneum), levensbeschouwing, maatschappijleer en lichamelijke opvoeding.
  2. het gekozen profiel
    ‘cultuur en maatschappij’, ‘economie en maatschappij’, ‘natuur en techniek’ en ‘natuur en gezondheid’
  3. het vrije deel:
    een of meer vakken uit de andere profielen of keuzevakken.
    Oriëntatie op studie en beroep behoort ook tot dit vrije deel, maar is geen vak apart. Het is deels opgenomen in de mentorbegeleidingsuren en wordt verder door elke individuele leerling zelf ingevuld.

Leerlingen van het gymnasium volgen één van de klassieke talen Latijn of Grieks.

In de vierde klas krijgen de leerlingen voortgangstoetsen en voor levensbeschouwing en maatschappijleer moeten de leerlingen al opdrachten en toetsen maken voor het schoolexamen (SE). De vakken CKV (betreft alleen atheneum) en maatschappijleer worden in klas 4 vwo­ al geheel afgesloten, de resultaten tellen mee voor het diploma.

De verschillende onderdelen van het schoolexamen en de voorwaarden waaraan het moet voldoen, worden begin van het schooljaar op de website gepubliceerd in het zogenaamde programma voor toetsing en afsluiting (PTA).

Het derde leerjaar

Het derde leerjaar

Havo

In 3 havo krijgen de leerlingen twee nieuwe vakken: economie en scheikunde. De leerlingen maken in januari een voorlopige keuze voor een van de profielen van de tweede fase. Ze kunnen kiezen uit de profielen cultuur en maatschappij, economie en maatschappij, natuur en gezondheid en natuur en techniek. In maart maken leerlingen en ouders een definitieve keuze. Daarbij wordt gekeken naar de rapportcijfers van de eerste twee perioden en de adviezen van de vakdocenten.

Tijdens de begeleidingsuren werken de leerlingen met een methode, waarmee zij hun eigen interesses en capaciteiten beter leren kennen. Ook leren zij digitaal informatie te verzamelen over vervolgopleidingen en beroepen. De mentor heeft regelmatig gesprekken met de leerling over de profielkeuze en over de voortzetting van de studie in de bovenbouw.

Incidenteel komt het voor dat een leerling op advies van het team de mogelijkheid krijgt om aan het einde van het schooljaar de overstap van 3 havo naar 4 vmbo-­tl te maken. Een overstap vindt plaats na uitvoerig overleg met alle betrokkenen: de leerling, ouders, leerjaarcoördinator, adjunct-directeur, mentor, docententeam en decaan. Aan de overstap van 3 havo naar 4 vmbo­-tl is een aantal restricties verbonden. De definitieve beslissing is aan de ontvangende school.

Atheneum en gymnasium

In 3 atheneum en 3 gymnasium krijgen de leerlingen twee nieuw vakken: economie en scheikunde. In vwo 3 maken de leerlingen in de maand januari een voorlopige keuze voor een van de profielen van de tweede fase. Ze kunnen kiezen uit de profielen cultuur en maatschappij, economie en maatschappij, natuur en gezondheid en natuur en techniek. De gymnasium leerling volgt in de bovenbouw Grieks of Latijn, de atheneumleerling niet.

In maart maken leerlingen en ouders een definitieve keuze. Daarbij wordt gekeken naar de rap­portcijfers van de eerste twee perioden, de adviezen van de vakdocenten en het advies van de school. Tijdens de begeleidingsuren werken de leerlingen met een methode, waardoor zij hun eigen interesses en capaciteiten beter leren kennen. Ook leren zij met behulp van de computer informatie te verzamelen over vervolgopleidingen en beroepen.

In de tweede periode kan een afspraak met de decaan gemaakt worden om het pakket te bespreken.

Indien de studieresultaten daartoe aanleiding geven, kan een leerling aan het eind van 3 atheneum overstappen naar 4 havo en een leerling van 3 gymnasium naar het 4 atheneum. Deze overstap kan slechts plaatsvinden na uitvoerig overleg waarbij leerling, ouders, teamcoach, adjunct-directeur, mentor en decaan betrokken zijn.

Het tweede leerjaar

Het tweede leerjaar

Havo/atheneum

In het tweede leerjaar worden enkele nieuwe vakken gegeven: Duits en natuur­/scheikunde.
De leerlingen in havo die op het tweede rapport 7,5 of meer gemiddeld staan, mogen zelf kiezen of ze naar het havo of naar het atheneum gaan. Bij een gemiddelde tussen 7,2 en 7,5 beslist de rapportvergadering. Bij een lager gemiddelde komt de leerling niet in aanmerking voor 3 ­atheneum.

Gymnasium

In 2 gymnasium worden enkele nieuwe vakken gegeven: Grieks, Duits en natuur­/scheikunde. De leerling die al gekozen heeft voor 2 ­gymnasium, zal deze studie in het algemeen voortzetten op 3, 4, 5 en 6 ­gymnasium, tenzij in overleg met de school wordt besloten over te stappen naar atheneum of havo.

Begeleidingsuren in de tweede klas

Voor alle leerlingen is een begeleidingsuur ingeroosterd. In dit uur wordt behalve aan studiebegeleiding veel aandacht geschonken aan de keuzebegeleiding. Aan het eind van de tweede klas krijgen de leerlingen een schooladvies over het voor hen meest geschikte vervolg van de studie.
Vanaf het begin van het schooljaar kunnen de leerlingen in aanmerking komen voor extra hulp in de vakken Nederlands, Frans, Engels en wiskunde. Na de herfstvakantie is er ook extra hulp voor het vak Duits. De plaatsing geschiedt op aanwijzing van de vakdocenten.

Het eerste leerjaar

Het eerste leerjaar

De overgang van de basisschool naar het voortgezet onderwijs is een hele stap. De leerling moet wennen aan een groot aantal veranderingen: veel verschillende leraren, een groot gebouw, onbekende medeleerlingen, nieuwe vakken, huiswerk en zelfstandig studeren. Vooral in het begin kan dit alles verwarrend zijn, waardoor sommige leerlingen zich onzeker voelen. Door hen juist in die overgangsfase goed te begeleiden, kunnen problemen worden voorkomen of opgelost. Daarom besteden wij veel aandacht aan de introductie van de nieuwe brugklassers.

Het Dr. Mollercollege kent vier typen brugklassen:
• de brugklas havo/vwo
• de brugklas havo/vwo tweetalig onderwijs,
• de brugklas atheneum/gymnasium
• de brugklas atheneum/gymnasium tweetalig onderwijs.
Grondgedachte bij deze dakpansgewijze indeling is, dat een leerling plezier moet hebben en houden in de studie en zich thuis moet voelen op het Dr. Mollercollege. Een voorwaarde is dat de leerling het geboden onderwijs aankan, maar er ook genoeg uitdaging in vindt. Daarom moet ook de mogelijkheid bestaan om over te stappen van de ene schoolsoort naar de andere, zodat tenminste in het eerste jaar alle mogelijkheden open blijven.

Deze uitgangspunten leiden in het brugjaar tot een uniforme lesurentabel met uitzondering van één uur Latijn op atheneum/gymnasium: alle leerlingen krijgen dezelfde vakken aangeboden gedurende dezelfde tijd. De wijze waarop en het tempo waarin de leerstof wordt aangeboden en verwerkt, zijn verschillend en sluiten zo goed mogelijk aan bij de mogelijkheden van de leerling. Voor zover gewenst en mogelijk worden de leerlingen die van dezelfde basisschool of uit dezelfde woonplaats komen, bij elkaar in de klas geplaatst.

Begeleidingsuren in de brugklas

Op het lesrooster staat een begeleidingsuur per week, dat wordt gegeven door de mentor. De leerlingen krijgen hierin ondersteuning bij het leren.
Gedurende het jaar krijgt de sociaal-­emotionele ontwikkeling van de leerling ook aandacht.

Extra hulp

Indien daar aanleiding toe is, komen de leerlingen in aanmerking voor extra hulp in de vakken Nederlands, Frans, Engels of wiskunde. De plaatsing geschiedt op aanwijzing van de vakdocenten.

Huiswerk
  1. Tijdens de eerste vier weken:

    a. zullen de leerlingen wegwijs worden gemaakt in Magister;
    b. zal het huiswerk op het smartboard worden geschreven en door de leerlingen in de agenda worden genoteerd;
    c. zal dit huiswerk vervolgens voor het grootste deel in de klas worden gemaakt;
    d. krijgen de leerlingen uitgelegd WAT er moet worden gemaakt en HOE het huiswerk moet worden aangepakt;
    e. zal de docent het huiswerk controleren, de leerlingen helpen met de aanpak van het huiswerk en de leerlingen stimuleren bij het maken van het huiswerk.

  2. Het huiswerk zal minimaal tot de herfstvakantie:

    Gedurende de les extra aandacht krijgen, bijvoorbeeld tijdens de laatste 10 minuten.

Klassieke vorming

De leerlingen van de atheneum/gymnasium­klassen volgen het gehele jaar 1 uur Latijn per week. Op het einde van leerjaar 1 maken de leerlingen in de atheneum/gymnasiumklassen een keuze voor 2 (TTO) atheneum of 2 (TTO) gymnasium.
Leerlingen uit de havo/vwo brugklassen die voldoen aan de gestelde criteria voor opstroom naar het gymnasium kunnen in het derde trimester lessen Latijn volgen. Tijdens deze lessen kunnen de leerlingen kennismaken met Latijn en de klassieke cultuur als voorbereiding op hun eventuele keuze voor het gymnasium. De lessen worden afgesloten met een toets. De lessen zijn zo opgezet dat de leerlingen uit de havo/vwo klassen die naar 2 ­gymnasium mogen opstromen, uiteraard niet met een achterstand met betrekking tot de klassieke talen beginnen.

Keuzemogelijkheden na de brugklas

Aan het einde van het eerste leerjaar wordt bezien op welk schooltype de leerling het best zijn weg kan vervolgen.
Alle leerlingen zullen door hun docenten worden beoordeeld op hun geschiktheid voor het vervolgonderwijs. Hierbij wordt naast de resultaten ook gekeken naar studiehouding en inzicht. De school zal daarover een determinatieadvies uitbrengen. Essentieel hierbij zijn de cijfers van het 2e rapport; deze cijfers worden berekend op basis van alle resultaten die behaald zijn in het lopende schooljaar (‘voortschrijdend gemiddelde’). Een nadere omschrijving is gegeven bij het hoofdstuk ‘Bevorderingsnormen’.

De leerlingen uit de havo/vwo klassen krijgen bij een gemiddelde van 7,5 of meer op het voorjaarsrapport het advies vwo. Voor opstroom­ naar 2 gymnasium moet nog aan extra criteria worden voldaan (zie bevorderingsnormen).

Bij een gemiddelde tussen 7,2 en 7,5 beslist de rapportvergadering. Bij een lager gemiddelde komt de leerling niet in aanmerking voor 2 vwo. In 2 gymnasium ligt het tempo bij enkele vakken hoger dan in 2 atheneum. In minder tijd moet evenveel leerstof behandeld worden. Het gymnasium biedt een bredere algemene ontwikkeling.